Alles in het belang van de Nederlandse dans

In 1979 is ter gelegenheid van hun 20 jarig dansjubileum door het dansers echtpaar Alexandra Radius en Han Ebbelaar de Stichting Dansersfonds '79 opgericht.

Het Fonds had in de eerste plaats de financiële ondersteuning voor ogen van (ex) dansers wier toekomst niet of zeer onvoldoende financieel en praktisch geregeld was. In de loop der jaren is de positie van deze doelgroep van het
Dansersfonds gelukkig behoorlijk verbeterd, zodat het accent meer is gekomen op ondersteuning en stimulering van de danskunst/ballet in het algemeen en van veelbelovende jonge dansers in het bijzonder.

De fondsen voor het werk van het Dansersfonds komen vooral voort uit het tweejaarlijkse BALLETGALA. Dit is met recht een benefiet-gala. Dansers  van de befaamdste gezelschappen in de wereld komen er voor naar Amsterdam en steunen daarmee het werk van het Dansersfonds. Ook vele choreografen van naam stellen werk beschikbaar voor het gala, zoals Hans van Manen, die zich door de jaren heen veelvuldig inzet voor het Dansersfonds.

Het volgende -zeventiende- Balletgala vindt plaats op 20 januari 2014 in het DeLaMar Theater. Het accent zal liggen op uiteenlopende facetten van de Nederlandse danswereld.

Op 21 maart 2012 zijn de jaarlijkse prijzen van het Dansersfonds uitgereikt in de Stadsschouwburg. In de pauze van het propgramma Moderne Meisjes ontvingen Rinus Sprong en Thom Stuart van de Dutch don't dance division de Prijs van Verdienste. De aanmoedigingsprijs ging naar Pascal Schut van Introdans en de Speciale prijs was voor Marijn Rademaker van het Stuttgarter Ballett.

 

Juryrapport Prijs van Verdienste:

Voor de Prijs van Verdienste 2012 droeg de jury van het Dansersfonds  twee mannen voor die al
meer dan 25 jaar in de danswereld werkzaam zijn. Opgeleid aan respectievelijk de toenmalige Rotterdamse Dansacademie  en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag vonden beide direct na hun opleiding emplooi  bij verschillende Nederlandse gezelschappen. Ze ontmoetten elkaar  bij  Introdans en het Scapino Ballet. Daar
ontwikkelden zij zich tot dansers met een sterk gevoel voor theater en blonken er uit in rollen die een markante karakterisering van personages  nodig hadden. Er ontstond een hechte vriendschap tussen de twee die
tenslotte uitmondde in een huwelijk.

Hun gretigheid naar nieuwe uitdagingen en ervaringen bracht hen naar het buitenland naar Frankrijk, Israël ,New York. Daar pinden ze zich niet vast op één bepaalde dansvorm maar onderzochten ze enthousiast allerlei
verschillende dansuitingen en theatervormen. Die ervaringen leidden tenslotte tot terugkeer naar Nederland en de oprichting van een eigen gezelschap: de Dutch Don’t Dance Division  (DDDD)  in Den Haag.

De door hun vaak groots opgezette dansevenementen, zoals de jaarlijkse sprookjes producties in december, worden uitgevoerd door bevlogen amateurs en uiterst  professioneel geschoolde dansers  en er wordt opgetreden op en in de meest verschillende locaties: schouwburgen, kerken, pleinen, openlucht podia en festivalterreinen. Bovendien  worden er jaarlijks druk bezochte zomercursussen georganiseerd voor amateurs en professionals met prominente nationale en internationale docenten.

Beide DDDD-mannen drongen door tot de finale van het populaire TV programma “ The Ultimate Dance Battle”. Een opmerkelijke prestatie omdat hun bijdragen steeds getuigden van de overtuiging dat zelfs in een zeer korte choreografie het niet alleen gaat om heftige explosies van energieke, vaak agressieve dans (die volkomen ten onrechte gezien wordt als een hevig emotioneel gebeuren), maar dat toneeldans door ruimtegebruik en nuancering in dynamiek en vorm, veel meer is dan een louter fysieke aangelegenheid.

Rinus Sprong en Thom Stuart hebben met hun doorzettingsvermogen, enthousiasme en vakmanschap  een heel breed en nieuw publiek voor dans opgebouwd. Ook daarom droeg de jury hen voor voor de Prijs van Verdienste  2012 van het Dansersfonds’79

 

Juryrapport Aanmoedigingsprijs:

De Aanmoedigingsprijs 2012 van het Dansersfonds ‘79 gaat dit jaar naar een jonge danser die in het voorlaatste jaar van zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag al opviel door een uitgevoerde solo tijdens de eindvoorstelling van de school. Een fascinerende solo gemaakt door de terecht nu veel geprezen Marco Goecke. Een solo opgebouwd uit- in beweging en karakter - zeer uiteenlopende, korte onderdelen die als totaal een intrigerend beeld oproepen van de complexiteit van menselijk gedrag en denken.

Het was verrassend hoe de nog zo jonge danser zowel technisch als  qua interpretatie in die verschillende onderdelen al zo’n helderheid en eigenheid wist aan te brengen. Echt verwonderlijk was het dan ook niet toen hij in zijn stage periode bij Introdans diezelfde solo Mopey in het Kerstgala van dat jaar 2011  mocht dansen.  En evenmin dat hij na het afsluiten van zijn opleiding in augustus 2012 in vaste dienst bij het gezelschap kwam.

Pascal Schut toont in de voorstellingen  van Introdans een veelzijdig talent en de jury hoopt dan ook, dat het werken met veel verschillende dansmakers dit talent in de toekomst zal blijven uitdagen en stimuleren. Dan ligt er  ongetwijfeld een mooie danscarriëre in het verschiet.

 

Juryrapport Speciale prijs:

We realiseren ons vaak niet dat  een danstalent   van Nederlandse bodem  niet altijd in het eigen land tot bloei komt
maar zich juist in den vreemde optimaal blijkt te ontwikkelen. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld de Rotterdamse Barrie Treure  soliste  van Béjart’s befaamde Ballet van de 20ste Eeuw, Bert Terborgh, vele jaren prominente danser  bij de groep van Martha Graham,  Benito Marcelino, een solist wiens carrière zich voornamelijk afspeelde bij John Cranko’s  Stuttgarter Ballett, Lydia Harmsen die haar hele dansleven bij het New York City Ballet doorbracht en natuurlijk Lucas
Hoving en Betty de Jong, sterdansers van  respectievelijk de Jose Limon - en Paul Taylor Company in Amerika.

Daarom was het zo verrassend om bij Het Nationale Ballet de in Nederland nog volkomen onbekende  Marijn
Rademaker  als gast solist aangekondigd te zien. Opgeleid aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag werd Marijn
nog tijdens zijn laatste studiejaar in 1999 gecontracteerd door het Stuttgarter Ballett, het jaar dat hij van het Dansersfonds’79 een studiebeurs verwierf. Bij het Duitse gezelschap - dat zowel de grote klassiekers als werken van o.a. Balanchine, Béjart, Van Manen, Kylian en Goecke op het repertoire heeft staan- doorliep hij alle rangen tot hij in 2006 tot solist werd gepromoveerd.

Bij het vorig seizoen jubilerende Nationale Ballet bleek Marijn Rademaker, optredend in o.a. Van Manen’s Three Pieces en in Het Zwanenmeer en De Notenkraker, een zeer goede danser met een absoluut natuurlijke affiniteit met het eigentijdse werk van Hans Van Manen en bleek hij ook - en dat is opmerkelijker - de vanzelfsprekende noblesse en virtuositeit te bezitten die een “must “ zijn voor de grote Petipa –balletten uit het tsaristische Rusland van de 19de eeuw.

Het  was een genot  deze Nederlandse danser  op het podium van het Muziektheater te kunnen zien  en het was toen goed te horen dat Het Nationale Ballet voornemens was Marijn regelmatig als gast uit te nodigen.

Dit veelzijdige en inspirerende talent droeg de jury dan ook graag voor voor de Speciale Prijs 2012 van het Dansersfonds’79.

 Maart 2013

 Jan Baart

Han Ebbelaar

Alexander Radius

Ine Rietstap

Marian Sarstädt

Karin Schnabel